Sint-Jansplein

Posted: 25 februari 2011 in Antwerpen, Schrijfwedstrijden

Een smeltkroes van smaken. Een clash van klassen en kleuren waaruit mooie dingen spatten. Geuren van vis, humus, groenten, koriander, kip, fruit, bier. Je hoort er vreemde tongen. Ziet rassen ontworteld. Van alle proporties en esthetiek.

Het Sint-Jansplein, je vindt er van alles. Van smoezelig tot doorsnee en daarboven niet, nee. Een paar overgebleven bruine cafés waar de overgebleven blanke zuchtigen hun soldij spenderen aan de goedkoopste pinten van ‘t Stad. Waar de koers of het veldrijden niet alleen bekeken, maar beleefd worden. Met aan de andere kant van het plein Portugese kroegen, knus en gezellig, met norse besnorde bebrilde mannen achter de toog.
Of in hun restaurants, waar je werelds kunt eten. Vis, vlees, vega en vooral veel. Groenten en mediterraans fruit. Winkels voor eenieder, nachtwinkels voor de behoeftigen. Wekelijkse markten. Supermarkten. Koffiehuizen, theehuizen in donkere, kronkelende straten met duwende bussen en bellende trams in een onaflatend komen en gaan van leven.

Natuurlijk, het is een shabby plein in een povere buurt; niet weggelegd voor het hart ener deerne. Een plaats voor armen: eerst buiten de vesting waar de weinige huizen door onbezoldigde soldaten werden geplunderd. Vervolgens, na het opschuiven van de muren, werden huizen gebouwd die minderbedeelden aantrokken. Ver weg van de praal van ‘t Stad werd de nieuwe buurt het oord van de arbeider, werkloze, migrant, invalide, prostituee, gangster. Het afvoerputje van ‘t Stad waarin het schuim bleef liggen.

Noord, Seefhoek, Stuivenberg, 2060, Amandus, Dam; je hoeft het maar te noemen en iedereen heeft direct een beeld voor zich. Een weinig rooskleurig beeld. Een verdorven beeld. Jaren van armoede en daaraan inherente activiteiten zijn in de kranten verschenen, in de verhalen, vertellingen en andere overleveringen. Door de kracht van de overdracht steekt het nu in de koppen van de mens: het is er vuil, het stikt van de buitenlanders, er is criminaliteit, er zijn berovingen, het wordt bevolkt door marginalen, dronkaards, drugshoeren, de politie heeft zijn handen vol, er wonen proleten die allemaal racistisch zijn, mensen worden lastiggevallen, er zijn schietpartijen en dagelijks gevechten en vandalisme.
Negatieve beeldvorming of negatieve beeldinstandhouding?

Het Verval Is Ingezet, een bruin drinklokaal met uitzicht op het plein. De koers staat op, maar als je naar de tv boven de entree kijkt zie je vooral veel rook. Ik zit aan het raam, kijk naar buiten. Het is markt. Rijen moslima’s langs de kramen met fruit en confectiekleding. Noord-Afrikanen met strakke baardjes die meisjes nakijken en als surrogaat van ejaculatie dikke klodders spugen. Een kromgetrokken mannetje dat om wat duiten bedelt.
Mijn buurman aan de overkant van het houten tafeltje zit al goed in de olie. Met tussenpauzes van een paar minuten herhaalt hij met even onzorgvuldige stem wat hij intussen al meerdere malen heeft gezegd. Over zijn vrouw en over zijn hond. Een sliert bier hangt in zijn grijze, kalende baard.

Herinner me het Afrikafestival. De hele wereld was op het Sint-Jansplein, het Sint-Jansplein was de wereld. Voluptueuze vrouwen, spelende kinderen. Stands vol heerlijk vlees, opzwepende muziek, blonde Leffe.

Herinner me het plein ook leeg, zonder opsmuk. Hoewel het stadsbestuur het plein al meerdere malen op de schop heeft genomen om het gore imago op te poetsen, is het er niet beter op geworden. Het is slechts kaal en overzichtelijk gemaakt nadat ze de auto’s eronder hebben gestopt. Het is een melancholisch plein door de vele armen die de zin van het leven hebben verloren. Die maar wat rondhangen in hun Weltschmerz. Die bij hun even arme maten in de bushokken centen bietsen om bier te halen dat al bij het drinken ervan dorst en hoofdpijn geeft. Trieste tronies in de cafés, in de Aldi. Peuken oprapen en glasbakken met een stuk ijzer leegvissen.

Aan de kunstenaars te Antwerpen, en hier begint eindelijk mijn pleidooi: jullie zijn je van je kracht bewust. Want hier in Antwerpen zijn jullie de voortrekkers van vele dingen, waaronder grote dingen. Zo zijn jullie pioniers in het opwaarderen van een buurt. Jullie vormen het vliegwiel dat de rest mee optrekt. En dat weten jullie.
Denk aan ‘t Zuid, dat verloederd was en door de lage prijzen arme beeldhouwers, schilders, ontwerpers, broodschrijvers aantrok. Er ontstond langzaam een alternatief en aantrekkelijk milieu. En dat jonge artistieke trok investeerders aan: seks brengt geld. Woningen werden opgeknapt. Slimme neringdoenden vestigden zich er. Bruin werd omgetoverd tot hip. Prijzen stegen. En zie nu: ‘t Zuid is chic modern hip hot hübsch yuppig classy arty farty en natuurlijk helemaal l’art pour l’art.

Maar kunstenaars, stop de trek naar ‘t Zuid, want daar is geen eer meer te behalen. Het is inmiddels overgewaardeerd, alles is in de spiraal van de gentrificatie naar de mallemoer gestuurd, er is een bubbel geblazen die moet knappen. De ateliers zijn voor de snobs. De cafés zijn te kil en worden bezet door de kosmopolitische metroman en zijn overgeëmancipeerde vrouw. Het is een hype die gedoemd is neer te gaan. Verlaat het zinkend schip tijdig, want daarmee wil jij toch niet ondergaan?

Bovendien kunstenaars, stop de waan in ‘t Stad. De oude stad is natuurlijk een ruimte voor romantischer harten. Middeleeuwse stegen, statige gebouwen, mensen overal. De schoonheid is er, en de charme; dat kan ik slechts beamen.
‘t Stad wordt geprezen om zijn luxe en afleiding; twee dingen waaraan velen zich laven. Twee dingen die echter ook nefast zijn voor een nog aspirerend iemand. Want: luxe neemt de noodzaak weg om iets te móéten doen. Was armoede niet de belangrijkste drijfveer van Joyce, Van Gogh, Socrates? En teveel afleiding is niet goed, want zo kun je je niet concentreren op wat je moet doen. Je roeping verstilt slechts door het krijgen van zoveel andere signalen. Laat dus de façades vallen en trek je terug op een kamertje met het noodzakelijke gerief. Wijd je aan je zielsingevingen en schep een wereld waarin jij je prettig voelt. Ver weg van prestigieuze prullaria en verbitterd schreeuwende chauvinisten.

En daarom, kunstenaars, gaat heen naar het Sint-Jansplein, nestel je tussen de eerlijke mensen in de echte wereld, het echte Antwerpen en daarom zo interessant. Het is er voordelig en je hebt alle voorzieningen, je hebt inspirerende onderhoudingen, gezellige kroegen, winkels met een breed assortiment. Je kunt van alle culturen proeven. Ontspannen in dat prettige Park Spoor Noord waar het rangerende verleden nog vlakbij is.
Trek naar Noord, kom blijf niet dralen in van de vele schijnwerelden bevolkt door pretentieuzen. Talmt niet, maar maakt voort. Leef in volkse contreien en leid een ambachtelijk en overzichtelijk bestaan. Blijf laag bij de grond, aan de grond. Werk noest, geniet en dan komt de kunst vanzelf. Laat de maan en de hele schoonheid en lichtheid en kleurrijkheid van het bestaan op jou neder stralen.

Natuurlijk kan het Sint-Jansplein straks hetzelfde lot overkomen als ‘t Zuid. Want stel je voor: de eerste tekenen zijn er dat clubjes kunstenaars zich vestigen in Borgerhout. Stel je voor dat ook daar de opwaardering wordt ingezet. Dan wordt Borgerokko misschien en met wat geluk wel Borgerokay. En daarna: Borgerhout wordt Borgerhautain.
Maar dan kunnen wij weer naar ‘t Zuid. Want daar is dan misschien de bubbel al geknapt.

Kees Kustermans.
Antwerpen, 23 januari 2011.

Reacties
  1. Wies zegt:

    Weer Kunstig geschreven jongen!!
    Heb je je naam veranderd in Kees?

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s