Het Raam

17 06 2009

opa en oma woonden naast ons, of wij eigenlijk naast hun
en er liep een smal paadje van groffe bolle stenen
onder hun grote blauwe boom en daaromheen
onze groene en hun zwarte schuur en zijn akker
waar opa groenten kweekte en schoffelde en bezig was

naar het huis waar oma altijd in de keuken stond
blij als we kwamen aanrennen, om ons kinderlijk gulle lach
en wij om een gulden of zoen of ijsje
gingen we via de stenen waarft met het regenputje in het midden
met de gierput links en de diepe waterput tegen het huis
op zon- of andere vrije dagen

ze omarmde ons met moederlijke liefde in de hal
met gekleurd vliegennet, de regenboog in het kozijn
en het puntige borduursel van cruijff dat ons pa had gemaakt bovenaan
hee sjoêke of goeike en ze leidde ons naar het keukentje met de vriezer om een ijsco,
meestal zo’n dubbeldekker met twee stokskes of soms een raket met chocotop
of gaf ons een gulden uit de toen al oude portemonnee in het laatje bij het raam
of een zoen vanuit haarzelf, twee op de wangen en een op de mond
terwijl opa buiten doorsjouwde
keek ik altijd naar de twee spiegels waar hij op zondag zijn haar kamde met vette crème
keek ik altijd naar het bovenkamertje dat zo onbereikbaar leek door de ontbrekende trap
keek ik altijd naar door haar raam over de waarft
hee sjoêke of goeike, braaf zijn hee, doe voorzichtig,
oke oma en dan gingen we weer terug via het paadje,
zagen haar weer aan het raam

tijd en dingen leken oneindig als ik haar zag
want dan veranderde niks, was alles als vanouds
opa die met zijn zelfgemaakte kar voorbij mijn klaslokaal liep
leeg heen en halfvol groenten terug
van d’n akker aan de heischoorstraat en vice versa
en oma die het huis bijhield
later fietste ik naar middelbaar en stak om half acht altijd mijn hand op
naar oma die aan het raam stond
waarschijnlijk met opa aan tafel
en als ze niet voor het raam stond miste ik haar
maar zou haar dan ’s middags bij terugkomst zien vegen
zoals dat in oude structuren gebeurt

zo ging het een tijdje
totdat het grote huis te groot werd
en ze samen naar een nieuw huis gingen
toen alles goed was en ze samen werden verzorgd
toen het raam aan mijn zicht werd onttrokken

maar
de krachtige vrouw viel diep door verlies van opa
liesbos werd een metafoor voor achteruitgang
de lieve zusters zorgden goed voor haar,
gingen ’s morgens eerst naar haar
omdat ze ongedurig was en

is het druk op de afdeling, waarmee ze de koffiehoek bedoelde
zij met haar fiets, waarmee ze haar rollator bedoelde,
en met koekjes en met ons er naartoe
afgevend op de zwaar rokende man
- toch wel veel auto’s op de weg hee
potje rummikub, waarbij ze altijd voor haar beurt ging of ons anderszins nepte
- nog nieuws op klein zundert?
niet veel oma, er gebeurt niet veel op klein zundert
en we speelden door
- nog nieuws op klein zundert?
het stokperdje is gesloopt
- oh ja?
ja, ze gaan huizen bouwen
- en mee zjeffe?
goed, zijn knie is oke
na een paar steentjes: – nog nieuws…
wat ze nog wel als de dag van gisteren herinnerde was haar tijd
als jonge meid in de moeren als meid
bij van der hoeven of zo
en de zandpaden en het feit dat ze zo gelukkig was om
naar het dorp te verhuizen, het dorp!
we doen nog een potje rummi
- toch wel druk op de weg hee, zoveel auto’s en vracht
in het liesbos, in het tehuis aan de snelweg

oma werd een prulleke, lief en nukkig
want ze behield haar waarden
in het ziekenhuisbed: “ik zit nou in een nachtjapon
maar hoe komen ze daar nou bij?
een pon doe je toch pas ’s nachts aan?
toch nie ’s middags? ik ga toch nog nie naar bed?”

de korte weg naar het ziekenhuis waar ons oma lag
was lang door de zware gevoelens die we droegen
door de edele hoop van iemand die in goed gelooft

- maar waar is onze pa dan?
(wat moet ik nou zeggen, vroeg ma ons)
(weeknie ma, goeie vraag)
in den hemel oma
- oh ja.

- en onze pa?
pa is in den hemel oma, hij denkt aan jou.
- ja.
- en is onze pa nu naar huis?
nee ruud en johan zijn net weg
- hebben die geen houdoe gezegd?

- en onze pa?
die is in den hemel ma,
straks bende weer samen
en oma droomde weg
terwijl vivian en ik huilden

en nu zitten we hier
in het huis waar we anders nooit komen
met de klamme dorst of
de wrange smaak van de hostie
mijn oma te herinneren en te eren
ik vind het nog steeds niet gepast
want laten we oversteken, naar dat rode huis
dat veranderd is maar wel die ziel draagt
van ons oma.

ik schrijf nu verder en overzie het veld van mijn jeugd
gelegen tussen die twee ouderlijke huizen
alles vlak en zelfs nu nog duidelijk
maar met verborgen hoekjes
en in eindeloze zoektochten
zocht ik door, in het bakhuis naar de schuur
via de oude stal waar opa’s kar stond
terwijl oma in de keuken achter het raam stond
zoals altijd.


Acties

Informatie

6 reacties

18 06 2009
Rob K.

He Clenn,

Als ik jouw stuk lees, krijg ik weer kippenvel. Heel knap van je om de mooie herinneringen aan opa en oma zo vast te leggen, het is zo herkenbaar.

Groeten neef Rob

18 06 2009
maikelnouws

Fraai

Alhoewel voor jou de hoofdpersoon niet inwisselbaar is, roept dit ook bij mij eenzelfde gevoelens en een vorm van herkenning op…

18 06 2009
sjoke

Ey neef!
Hoe vaker ik het lees, hoe mooier en waardevoller.
Super.
Je hebt talent! Kus

19 06 2009
Gonda

Hoi Clenn
Jouw memoires aan het rode huis, je opa en vooral oma, tijdens haar uitvaart benoemd, hebben me “gepakt’. Wat weet jij nog veel bijzondere details van toen te herinneren. Daar ben je rijk mee! Nu deze ook aan papier en toehoorders toevertrouwd. Ik vind het erg mooi.
Ik ben, na dat krantenartikel van gisteren, meer van je gaan lezen.
Sterkte en ook veel succes met het schrijven. Ik ga je volgen.
Groeten van Gonda, buurmeisje van toen, van familie Kustermans.

19 06 2009
Christien

Hoi Clenn,
wat een mooie terugblik!
Mijn stem heb je
groetjes Christien

20 06 2009
Wies

Clenno,
Morgen op naar de Write Now finale in Rotterdam. Winnaar ben je sowieso voor ons, met dit gedicht!

Johan en Wies

Plaats een reactie