Merci pour le E-dix

15 07 2008

Een najaarsmiddag, mistroostig, eind vorige eeuw, Molenstraat, de Roskam. Een oude man klimt uit de cabine van zijn vrachtwagen. Hij klopt zijn vale pet uit, ordent zijn afgezakte kloffie en fronst zijn gerimpelde gezicht in de zon tot het een vriendelijke en serieuze blik vertoont. ’t Hoge portier wordt dichtgegooid en de man stapt de stoep op. Het kenteken is onleesbaar. De rook van een sigaret singelt.

Ter hoogte van de Heerdgang loop jij parallel aan de chauffeur aan de overzijde van de verstopte straat en ziet hem vertrouwd kijken, juist of hij steeds meer herkent. Met stille bevestiging en enige afkeur beziet hij het straatbeeld van Zundert. Hij kijkt regelmatig om. Wat zoekt hij? Wat doet hij hier?
Hij kijkt naar de grond en schudt zijn hoofd, zwaait met zijn documententasje. Misschien is hij hier geboren en lang niet geweest, misschien ziet hij zijn oude vertrouwde structuren, misschien heeft hij hier ooit een hartstochtelijke vrouw ontmoet, misschien is er de laatste veertig jaar niets veranderd, misschien wil hij hier komen sterven. Jij weet het niet.

Lees de rest van dit onderwerp »





Elbe leidt ons naar vragen

7 07 2008

Het grauwe water van de Elbe klotst tegen de kaai van de Fischmarkt. Ik laat mijn benen bungelen en m’n schoenen nat worden, tuur over het water naar de verte en zoek de wang van Sumi. Ze glimlacht en biedt me wijn aan. Terwijl achter ons voetgangers en boven ons meeuwen passeren kijken we dromend naar de stille, verdwijnende rookpluimen van de industrie in het zuiden, even weg van de altijd bezige stad in onze rug. Sumi vraagt zacht, in het Duits, waar we later zullen zijn. Ik omhels haar en weet het antwoord niet. Ik hoef het ook niet te weten. Elke plaats is goed, zeg ik schor. Ze stemt in met het antwoord en we zijn gelukkig.

Lees de rest van dit onderwerp »





Suid Afrika versus Baksteenbuurt

2 07 2008

[ ek mis die grondpad naby Potch, ek mis die gevoel van eindeloosheid in die heuwels van die Vrystaat, ek mis die intense moment dat ek rooi stof uit my hande het laat loop by Marico, ek mis die ysterspoor na Die Aar, ek mis die kleurlinge in die Kaap, ek mis die township Ikageng, ek mis Breestraat in Johannesburg, ek mis Ubuntu. Ek is terug in my eie land, waar ek lief vir was maar nou nie meer lief vir is nie. Suid Afrika, ek droom van jou as ek rondry, as ek soms van die stad wil vergeet. Vanaand voel ek hartseer, het ek vannag miskien verby jou gery? My land, dit maak nie saak nie wat ek sien of hoor, ek dink aan jou. Bly nog ’n rukkie asseblief. ]

De Bredase Baksteenbuurt leeft zijn eigen leven, separaat van andere levens, los van de stad. Mensen werken in de gestroomlijnde en geplaveide vlakte en op industrieterreinen, maar wonen en eten en leven en neuken tussen de baksteen. Granpréplein is een centrum voor haar inwoners, en gelijk aan het vertrek van haar winkels staat het verval van haar mensen. Gekliefde koppen in de supermarkt, kabaalmakende koters buiten. Vermoeide mannen rijden in installatiebusjes hard voorbij en schoffies hangen op fietsen of racen op quads. Vrouwen lopen in oude losse jurkjes voorbij, met slippers, hond en sigaret, bellen en lachen, tegelijkertijd lonkend naar jongemannen. Zo’n lonk geeft de man moed. Hier is geen degelijkheid of fatsoen of het jezelf anders voordoen zoals de stad of een dorp dat kent, hier heerst gemoedelijkheid, een kan-me-niet-schelen-mentaliteit, een opzwepende sekssfeer, hier hoor je het constante hoge geluid van oude Puch-brommers. Hier wordt de telefooncel nog gebruikt.

Lees de rest van dit onderwerp »